Archief | hetero RSS for this section

Seks en seksualiteit

Iedereen is van harte welkom; homo, lesbisch, biseksueel, hetero, aseksueel….

Wat betekenen seks en seksualiteit voor ons? Iedereen beleeft dat op een eigen wijze. En heeft daar eigen ideeën en ervaringen over, emoties bij. Liefde, lust, genegenheid, orgasme; noem maar op. Tijdens een workshop kan iedereen (die dat wil) deze “benoemen”, waarbij niets “goed” of “slecht” is. Hierbij kijken we onder meer naar de invloed van de media. Maar ook bijvoorbeeld naar de verschillen tussen jonge en oudere mensen. Én naar fantasie versus realiteit.

Lijkt dit je iets? Ben je ook benieuwd of je daadwerkelijk zo’n vreemde eend in de bijt bent? Of eigenlijk toch heel “normaal”?

Kom dan ook naar onze (gratis) ontmoetingsavond op

9 maart aanstaande.

Vanaf 19:30 uur is iedereen van harte welkom.
Tussen 20:00 en 21:00 uur gaan we aan de slag met de workshop.

Wie zijn we? “ertussenin” de Limburgse vereniging voor en door biseksuelen.

Waar vind je ons? Regenbooghuis Limburg, Meldertstraat 38 te Hasselt.

Mail: ertusseninlimburg@gmail.com
Webpagina: https://ertussenin.wordpress.com/
Mobiel: 0470588096

Afbeelding congres Jeugd en seksualiteit

Advertenties

I am a Bisexual man, married to a woman. Is it so hard to accept ??

Does being engaged in a monogamous relationship make me less Bisexual ? Hell No !

On my first date with my wife, i immediately knew that she’ll become my wife and i immediately told her about my sexual orientation.

Why ? Because my sexual orientation doesn’t just define who i’m dating, but define a big part of my identity.

Whoever i’m dating, whoever i’m sleeping with, i am Bisexual. Every aspects of my identity is Bisexual.

As said in my post about accepting yourself as a Bisexual, it took me so long and so much pain to accept myself that nothing can change that.

But we’re living in a binary world, you’re straight or gay. So for the outside world, when a Bisexual is engaged in a relationship, it re-define his sexual orientation.

So here’s the top misconceptions about it :

1. It was a a phase, now he/she’s back to herself

First of all, when we finally accept our sexual orientation, this is when we’re back to ourselves !

Before this moment, we’re just zombie, faking an identity to fit into your binary world where we can’t.

If I’ve met my wife before accepting my Bisexuality, our relationship would have been a disaster and my wife would not even meet the real me.

So no, it wasn’t a phase, it was just the beginning of my real life !

2. It was a phase, now he/she’s finally accepting his/her Homosexuality

Same goes in the case of a relationship with a person of the same sex.

3. Being in a relationship with a Bisexual means being cheated

Having the chance to be attracted by more than one gender doesn’t mean that i need to have sex with all of them. It just mean that i’m more focus on the person than on his gender.

Why the hell a Bisexual must be unfaithful ? I am 100% monogamous, i love my wife and i can’t even imagine kissing or touching another person.

Coming out to my wife on the first date means also that our relationship has been 100% honest before we’ve been a couple. Because of that level of honesty, we say everything to each other therefore, i’m pretty sure we have a more healthy relationship than most of the “straight couple”.


stillbisexualStillBisexual.

Bron: biandproud.com

Coming Out Day: “Bi zijn is ook een vak!”

Hoewel dit al uit oktober 2014 is, wil ik het jullie niet onthouden. Het is nog steeds actueel.

Vrijdag 10 oktober 2014

Giel Beelen: Ik riep vroeger altijd dat ik bi was, maar heb uiteindelijk alleen maar achter meisjes aangezeten. Eigenlijk ben ik dus nooit echt uit de kast geflikkerd. Aan de ene kant vind ik het wel jammer. Leuk en openhartig gesprek met Rogier en Quirine, die beide biseksueel zijn. Interessant, want hé: als je bi bent, dan is alles toch concurrentie?

Klik op de link om het filmpje te zien met o.a. de interviews met twee biseksuelen, Rogier en Quirine, in het kader van Coming Out Dag en de slogan daarvan: “Bi zijn is ook een vak”.

http://giel.vara.nl/media/322131

Bizijnisookeenvak.jpg

“Ik begreep de verliefde gevoelens van mijn man”

De Nederlandse Debbie Van Houten (37) was tien jaar getrouwd met haar man Randolf (38), toen hij opbiechtte verliefd te zijn op een mannelijke collega. Ondertussen zijn ze alledrie verliefd op elkaar, slapen ze samen en hopen ze ooit te trouwen. En de kinderen, die vinden het allemaal geen probleem. Dat vertelt het trio aan LINDAnieuws.
Toen Debbies man uit de biecht klapte over zijn gevoelens voor een mannelijke collega, wist ze naar eigen zeggen meteen dat het om Jorn ging. “Toch had ik geen idee dat Randolf gevoelens voor mannen kon hebben, en zelf zei hij ook verliefd te zijn geworden op zijn persoonlijkheid en niet op het geslacht van Jorn,’ begint ze haar opmerkelijke verhaal.

“Ik begreep de verliefde gevoelens van mijn man”
“Uit een goed gesprek met Randolf bleek meteen dat hij zijn gezin en kinderen (nu negen en zeven) niet wou opgeven. Niet veel later kwam Jorn (26) voor het eerst op bezoek, en ik begreep meteen de verliefde gevoelens van mijn man”, zegt Debbie. Met haar toestemming mochten de twee elkaar blijven zien, maar wel altijd bij hen thuis. Nooit in het openbaar. Maar dan gebeurde wat niemand ooit had durven denken; Debbie begon ook zelf steeds meer en meer gesteld te geraken op Jorn.

Jorn werd ook verliefd op Debbie
Vanaf 2014 kwam Jorn op wekelijkse basis over de vloer bij de twee, en het contact werd nog intensiever toen Jorn aan Debbie vertelde dat hij ook verliefd was geworden op haar. “Ik kon het bijna niet geloven, want ook ik had hem dus al die tijd leuk gevonden,” vertelt ze aan LINDAnieuws. Het duurde niet lang voor Jorn bij het koppel introk.

“De kinderen reageerden erg positief”
“Aan de kinderen vertelden we eerst dat er een vriend van papa kwam slapen, omdat die net uit elkaar was gegaan met zijn vrouw (wat ook echt zo was). Maar toen we later vertelden dat we alledrie verliefd waren op elkaar, reageerden de kinderen daar erg positief op. Ze hadden er absoluut geen problemen mee. Ook de ouders van Randolf, Jorn en de vader van Debbie reageerden prima, alleen mijn moeder en zus hebben het moeilijk. Daar heb ik tijdelijk even geen contact meer mee, om het allemaal wat te laten rusten.”

Debbie probeert zwanger te geraken van Jorn
De drie kochten ondertussen al samen een huis in het Nederlandse gehucht Rosmalen, en ze hopen ooit met zijn drietjes te kunnen trouwen. Al mag dat tot nog toe niet volgens de Nederlandse wet. Debbie probeert momenteel ook zwanger te geraken van Jorn. “Helaas kan hij het kind niet erkennen, omdat ik getrouwd ben met Randolf. Erg vervelend. Volgens onze advocaat kan Jorn het kind pas proberen erkennen als het geboren is. Al is hier weinig informatie over te vinden.” Ze sluit af met een oproep voor meer info, van mensen die hier meer ervaring mee hebben.Debbie

Stiekem holebi?

Stiekem holebi-

Ook in 2016 staan we als “ertussenin” weer elke 2e woensdag van de maand paraat voor jullie, in het Regenbooghuis te Hasselt. Om te beginnen op 13 januari a.s. vanaf 19:30 uur.

Tijdens deze avond verwelkomen we een speciale bezoeker, te weten: Jonas van Herreweghe – een van de kandidaten voor de verkiezing tot Mister Gay Vlaanderen 2016. Het onderwerp waarover hij op onze avond van gedachten wil wisselen is: Hetero / bi mannen en vrouwen, met of zonder kinderen, die stiekem holebi zijn. Zelf heeft hij een relatie met een man die dit 25 jaar verborgen heeft gehouden en vader van 3 kinderen is.

We zouden het zeer op prijs stellen wanneer jullie er bij zouden zijn, deze avond.

 

Ontmoetingsavond 9 december

Het jaar 2015 nadert haar einde en 2016 komt er bijna aan. Het zou prettig zijn mochten we het jaar, tijdens onze ontmoetingsavond op 9 december, samen afsluiten met iedereen die ons het afgelopen jaar bezocht heeft. Om eindelijk eens een ander stel te kunnen spreken, dat zich met dezelfde problematiek bezig houdt. Of die bi- of heteroseksuele man of vrouw die dezelfde vragen en onzekerheden heeft als jij zelf, maar misschien ook oplossingen. Om daadwerkelijk met een groep biseksuelen en partners ontspannen, met een drankje en een hapje over van alles en nog wat te kletsen. En daarbij hoeft het niet enkel over biseksualiteit en de gehele problematiek daarom heen te gaan. Want uiteindelijk zijn wij allemaal ook “gewoon” mensen met ons werk, gezin, liefhebberijen en hobby’s.

Tijdens deze avond zou een begin gemaakt kunnen worden met het ontstaan van een groep bi’s uit Limburg die zich met enige regelmaat treffen voor een leuke avond uit, een wandeling of picknick.

Dus; bezoek op 9 december, vanaf 19:30 uur, onze maandelijkse avond. Locatie: Regenbooghuis Limburg, Meldertstraat 38 te Hasselt.RBHL

Het monogame drama: een pleidooi voor multi-intimiteit

In onze cultuur is monogamie nog altijd het ideaal. Is de tijd niet rijp voor het single-zijn als vaststaande relatiestatus? Niet om eeuwig alleen te zijn, maar juist om verschillende mensen lief te hebben en het spelkarakter van de liefde te bewaren. Want waarom zou slechts één levenspartner genoeg zijn om je compleet te maken?

GastcorrespondentNieuw feminisme

Avatar Simone van Saarloos
Foto: David Ryle / Getty Images

Foto: David Ryle / Getty Images

Voor de overheid ben je een sofinummer, in de winkel ben je een bankrekeningnummer, op school heb je een studentnummer, Bol.com vraagt om een ordernummer en in het ziekenhuis krijg je een patiëntnummer. Maar uiteindelijk, zo besloot de medestudente journalistiek haar column, was ze bij haar vriend even nummer één. De liefde als rustpunt in ons verder zo hectische leven.

Dat is weleens anders geweest. In de tijd dat maatschappelijke status aan duidelijker rituelen verbonden was, vervulde liefde een avontuurlijker rol. Liefde vormde de uitspatting op de regel.

Tegenwoordig bestaat het absoluut onmogelijke nauwelijks meer. Ons begrip van wat mogelijk is, is niet meer aan een allesoverheersende moraal gekoppeld. Persoonlijke keuzevrijheid wordt gestimuleerd en daar hoort bij dat je je eigen verlangens mag ervaren en uiten. Het antwoord op vragen als ‘Wat wil je?’ of ‘Waar heb je zin in?’ vormt zodoende de bron van de dagelijkse besluitvorming. Niet het waarom (waarom verlang ik dit?), maar het wat van de behoefte staat centraal, omdat het hebben van verlangens geaccepteerd is.

Als je eenmaal lijkt te krijgen wat je wilt, volgt daarop een kwantitatieve vraag: ‘Krijg ik ook genoeg?’ Of in een romantische context: ‘Voel ik wel genoeg?’ Als we al kunnen vastleggen wat genoeg gevoel is, dan volgt een precisering van die maat: moet het verlangen constant in dezelfde intensiteit aanwezig zijn? Omdat gevoelens niet te temperaturen zijn en liefde zich alleen in taaluitingen en gedrag laat bewijzen, worden bepaalde handelingen of uitspraken als meetpunten genomen. Het moet zichtbaar zijn, zodat we weten waar we het over hebben wanneer we het over liefde hebben.

De Amerikaanse psycholoog Robert Sternberg kan hierbij hulp bieden. Hij herkent een geslaagde romantische relatie aan de hand van drie componenten: passie, intimiteit en toewijding. Met passie doelt hij op hartstocht en lust. Intimiteit ontstaat geleidelijk, met zelfonthulling. Hij definieert intimiteit dus als een daad van bekendmaking, vertoning; er wordt iets naar buiten gebracht. Dat bereikt een punt van verzadiging en vanaf dat moment gaat de hartstocht omlaag. Mensen hebben, kortom, minder seks. Ondertussen groeit de toewijding. Deze fase van toewijding is geen abstracte belevenis, er zijn concrete aanwijzingen voor: ‘Je begint met je toiletspullen bij de ander leggen, je stelt elkaar voor aan de familie, je gaat samen kerstmis vieren, belooft elkaar trouw, allemaal mijlpalen die bij toewijding horen,’ aldus Sternberg.

Foto: David Ryle / Getty Images
Foto: David Ryle / Getty Images

Toewijding bestaat dus uit het behalen van bepaalde sociale of materiële mijlpalen die kunnen worden afgevinkt en schijnbaar als bewijs van ‘genoeg’ gevoel dienen. En zo observeert, beschrijft en turft Sternberg gedrag van mensen die hun leven hebben vormgegeven aan de hand van al bestaande culturele normen. Vervolgens destilleert hij er waarheden over de mens en de liefde uit. Helaas remmen zulke populaire sociaalpsychologische conclusies het geloof in de mogelijkheid van nieuwe samenlevingsvormen.

Op bezoek bij de polyamoristen

In Parijs bezocht ik een bijeenkomst voor ‘polyamoristen.’ In tegenstelling tot de meer op seks gerichte polygamie, achten polyamoristen zichzelf in staat om van meerdere mensen tegelijk te houden, op romantische en toegewijde wijze.

Op een zomeravond in juni ging ik een café binnen aan de Rue Moret in het elfde arrondissement. Beneden, in de kelder van het café, zaten zo’n vijftig mensen, sommigen hand in hand. Het was heet, kledingstukken werden opgestroopt of uitgetrokken. Er gingen zakken chips rond en er werd veel en lang gepraat. De vriend en vriendin met wie ik was, zaten aan weerszijden van me. Fluisterend vertaalden zij het snelle Frans. Niemand stoorde zich aan de manier waarop zij om beurten met hun mond bij mijn oor zaten. Ik legde bij beiden een hand op de knie om te beamen dat we erbij hoorden.

Langzaam maar zeker begrepen we het jargon van de polyamoristen. Een ‘monopoly’ is een relatie tussen iemand die monogaam wil leven en iemand die polygaam is. Er werd geklaagd over ‘het monogame dogma’ – ze doelden op het feit dat alles is ingesteld op de monogame relatie tussen twee personen (of het nu gaat om de Valentijnsspecial in het restaurant, om het kopen van een huis of het sluiten van een huwelijk) – en gediscussieerd over het wezenlijke verschil tussen vreemdgaan en polyamorie.

Foto: David Ryle / Getty Images
Foto: David Ryle / Getty Images

Er bestaat een lineair beeld van hoe een romantische relatie moet verlopen: in beheerst tempo naar boven. Een beetje gelijkvloers rondscharrelen is uit den boze

Ook werd er veel gesproken over ‘de roltrap van de traditionele relatie’: zachtjes zoem je door verschillende fasen heen. Maar er wordt hoe dan ook verwacht dat je omhooggaat.

Want wanneer je eenmaal op de roltrap bent gestapt, moet je wel heel onbeschaamd zijn wil je naar beneden gaan. Er bestaat zodoende een lineair beeld van hoe een romantische relatie moet verlopen: in beheerst tempo naar boven. Een beetje gelijkvloers rondscharrelen is uit den boze.

Dit ideaal van de roltrap correspondeert met Plato’s indeling van de wereld. Plato zag de weg naar het ware leven als het beklimmen van een ladder. Wie juist leeft, stapt telkens een sport omhoog, tot aan de transcendente ideeënwereld. Wie chaos ziet, is simpelweg nog niet ver genoeg om het Ideaal te kennen. De waarheid openbaart zich wellicht niet aan jou, maar ze ligt wel ergens op je te wachten.

Hoewel het geloof in een transcendente wereld is afgenomen, blijkt Plato’s filosofie nog altijd vormend voor ons wereldbeeld van ‘steeds beter.’ De meesten van ons willen graag dat het leven volgens een stijgende lijn verloopt. Als we moeten kiezen, hebben we liever een ongelukkige jeugd dan een ongelukkig einde. Het is goed zolang er hoop is op beter.

De onzekerheid die bij polyamorie hoort

Tegenover een geliefde die ik al langere tijd zie, maar met wie ik geen traditionele ‘vaste’ relatie heb (we voelen ons allebei ook verbonden met anderen), uitte ik mijn plots opdoemende onzekerheid. Ik schreef:

Ik vrees dat je me niet graag genoeg wilt zien of dat je me niet leuk genoeg vindt. Ik zeg dat niet omdat jij daar dan wat aan moet doen, eerder om verantwoordelijkheid te nemen voor mijn aandeel in ons contact.

Ik schrijf: graag ‘genoeg’ of niet leuk ‘genoeg.’ Dat is eigenlijk heel raar, want wat betekent dat? Genoeg voor wat? In een conventionele relatie zijn daar misschien bepaalde speerpunten voor, bepaalde regels. De polyamoristen in Parijs noemen het de ‘roltrap’: je komt in een relatie langs allerlei toetsen die het ‘genoeg’ moeten bevestigen. Wil jij met mij mijn verjaardag vieren, op vakantie, samenwonen, etc.? Als daar te veel nee’s klinken, is de conclusie: er is niet ‘genoeg.’ Als je weigert om op die roltrap te stappen, dan moet je je eigen criteria voor ‘genoeg’ verzinnen en vertrouwen.

Ik moet denken aan eerder dit jaar, in januari. Toen zei je: ‘Misschien ben je op een plateau en moet je daar een beetje rondkijken.’ Dat ging voornamelijk over mijn werk of energiegevoel of verhouding tot de wereld. Sindsdien zie ik dat plateau voor me als een soort wit veld, een beetje nevelig wel, maar de zon zit erachter en komt niet in felle, geconcentreerde stralen; ze verlicht het geheel.

Foto: David Ryle / Getty Images
Foto: David Ryle / Getty Images

Ik heb het gevoel dat wij geen enkele trap beklimmen. Eerder bewegen we op zo’n plateau. Als we niet op een trap staan, gaan we ook niet omhoog. Dat is niet erg. Volgens mij is dat platoonse ideaalbeeld van een trap veel mensen dierbaar, omdat omhooggaan ook betekent dat je kunt vallen. En wanneer je kunt vallen, wanneer die dreiging van het vallen aanwezig is, is er ook duidelijk iets te verliezen. Dat idee van verlies is misschien noodzakelijk, omdat lopen sowieso energie kost. Die energie lijkt minder verspild wanneer die energie gebruikt is om het vallen te voorkomen door iets op te bouwen, omhoog te gaan. Op ‘ons’ veld of plateau is er alleen het lopen zelf. De waarde daarvan is nergens bewezen. Net zoals je je kunt afvragen of je iets aan woorden hebt zonder duidelijk doel. Of aan het spel zonder winst, etc. Toch geloof ik, denk ik, in de waarde van het lopen zelf, in de woorden zelf, in het spel zelf.

Cultuurhistoricus Johan Huizinga vond ‘spel’ het belangrijkste kenmerk van mens en maatschappij. In het spel toont de mens zijn narratieve en creatieve vermogen. Het spel is begrensd, heeft een tijdspanne en een speelveld. Alleen omdat het spel afgebakend is, kan de mens zich eraan overgeven.

Wanneer ik speel – bijvoorbeeld door op een date te gaan –, ben ik me ervan bewust dat de handelingen die ik verricht binnen het spel vallen: ze bepalen niet mijn hele leven. Het spel pretendeert nooit een totaal te vormen. Alleen dankzij die overgave kan er binnen het spel iets nieuws ontstaan; iets wat niet is afgesproken of met voorbedachten rade is opgezet.

Spelen oefent dan vooral het vermogen om om te gaan met spontaniteit, chaos en verrassing. Je bent afhankelijk van andermans acties, je kunt niet vasthouden aan een voorbedacht plan. Je kunt van tevoren van alles bedenken of uitstippelen, maar in het spel zelf moet je handelen naar wat er op dat moment gebeurt.

Foto: David Ryle / Getty Images
Foto: David Ryle / Getty Images

In het beste geval zijn sociale interacties ook een spel. Maar in de meeste interacties wordt de spelvorm juist verbloemd. Iedere cultuur heeft bepaalde rollen en regels. Wie deze kent en naleeft, voelt zich ‘normaal.’ Wanneer je afspraak bijvoorbeeld zijn jas aantrekt of zijn sleutels op tafel legt, is dat voor beiden een teken dat het tijd is om af te ronden. Vaak is het kennen van deze regels een lichamelijk, geïntegreerd kennen: je volgt de regels zonder ze te bevragen. Sterker nog: je ziet niet eens dat er regels zijn. De regel is een gewoonte geworden, die soms zelfs als een natuurwet voelt. Het spel verliest zijn spelkarakter en er ontstaat niets nieuws meer.

Wanneer het spel te serieus wordt genomen, ontstaat een gesloten systeem waarin niemand zich schaamt, omdat de normen overduidelijk en onbetwistbaar zijn. Ziedaar het monogame dogma. Op het moment dat ik beledigd ben omdat mijn geliefde liever met een ander naar een concert of op vakantie gaat (bijvoorbeeld omdat ik van andere muziek houd of niet kan skiën – maar eigenlijk zou het benoemen van deze redenen niet nodig moeten zijn) – zeg ik al ‘ja’ tegen het monogame dogma waarbij er maar één de belangrijkste kan zijn.

Mijn verwachtingen zijn daar al op aangepast en door ze als gerechtvaardigd te beschouwen, bevestigen ze de diepgewortelde regels van het spel dat romantische relatie heet. Deze regels worden verhuld en als een wetmatigheid gepresenteerd, maar een spel dat zijn spelkarakter verliest, mist spontaniteit en wordt een invuloefening in plaats van een speloefening.

Het verschil: de invuloefening is mislukt wanneer een bepaald doel niet wordt bereikt, terwijl een speloefening altijd slaagt als onderzoeking, ongeacht de uitkomst.

Een polyamoreuze verhouding is net zo goed een spel, maar de meervoudige verbindingen leiden minder snel tot de wederzijds beklonken, gesloten vorm van het monogame ‘drama’ waarin twee geliefden elkaar bevestigen en ervoor zorgen dat er niets onverwachts gebeurt. Zij smelten samen tot een cocon, terwijl het onderhouden van relaties met meerdere geliefden juist altijd frictie oplevert die de interactie speels en levend houdt.

Foto: David Ryle / Getty Images
Foto: David Ryle / Getty Images

Verdedigers van de monogamie beroepen zich vaak op bezitsdrang en jaloezie: ‘Wanneer je verliefd bent, wil je gewoon niet anders’; ‘Het is gewoon onhandig’; ‘Mensen hebben gewoon behoefte aan veiligheid.’ De monogame relatie is haar speelsheid kwijtgeraakt doordat bepaalde omgangsvormen als natuurlijk of vanzelfsprekend worden gezien.

Ik wil best geloven dat dergelijke uitspraken sterk als waar worden ervaren, maar het blijft belangrijk om te benadrukken dat iedere sociale interactie voortvloeit uit een mix van geschiedenis, culturele normen en wetgeving. En daar kun je mee spelen.

We nemen de relatie serieus, zien die als definiërend voor wie we zijn. Er wordt wel gesproken over het versierspel of het machtsspel tussen kersverse verliefden, maar na de beginfase loopt het spel over in het gewone leven en krijgt de relatie een soort continue status. De roltrap blijft eeuwig doorlopen.

Het single-zijn wordt daarentegen altijd als een tussenfase gepresenteerd, nooit als doorlopende oefening of levenskunst. Graag roep ik de eeuwige single in het leven. Dat heeft niets met eeuwig alleenzijn te maken; het is vooral een ontsnapping aan de monogame een-op-eenrelatiestructuur die haar eigen spelkarakter vergeet. Door die open te breken, kan er ruimte ontstaan voor meerdere, gevarieerde verbindingen: multi-intimiteit.

Denk aan het bekende gezegde: It takes a village to raise a child. De liefde en lessen van een verscheidenheid aan mensen worden als een noodzakelijke verrijking gezien. Hoezo stopt het belang van verspreide bemoeienis en verbinding na de kindertijd? Waarom staat daar een onuitgesproken overtuiging tegenover: er is slechts één partner nodig om een volwassene compleet te maken?

(Bron: De Correspondent)

‘Het label biseksueel vinden mensen het makkelijkst om te begrijpen, maar ik vind het beperkend. Ik val op mensen.’

Zo! Mel

‘Het label biseksueel vinden mensen het makkelijkst om te begrijpen, maar ik vind het beperkend. Ik val op mensen.’

Expreszo/Arthur van der Werf

Achtergrond

– onderdeel van de ontdekkingsserie

Onze ontdekkingstocht is nog geen vierentwintig uur gaande of we lopen al tegen een soortgenoot aan in de jungle van het kleurrijke hostel van Århus: de City sleep-in. Mel (23) is ook op ontdekkingstocht: de goedkoopste route naar een vriendin in Londen liep vanaf New York via IJsland en de pont naar Denemarken ook langs Århus en het vliegveld aldaar. Drie hongerige magen ontmoeten elkaar en vinden een eetcafé met piano, boekenplanken en onvergetelijke wraps. De bijbehorende monden vinden tussen het kauwen door ook nog ruimte om met elkaar het leven te bespreken. Pas op de terugweg blijkt Mel ook op een ander vlak een soortgenoot: ze vertelt dat ze een vriendin heeft. De volgende ochtend vindt ze twee opportunistische journalisten bij het ontbijt die een kans op een internationale Zo! niet laten schieten. Hier is dus Mels verhaal. Zo!

Ik groeide op in Wisconsin en ging ervan uit hetero te zijn, aangezien mijn Katholieke familie dat verstaat onder ‘normaal zijn’. Toen ik tien was zeiden mijn ouders op neutrale toon: je oom date mannen in plaats van vrouwen, dus misschien neemt hij wel een keer een vriend mee. Het kwam alleen nooit in me op dat ik ook wel eens zo kon zijn.

Op mijn vijftiende had ik echter plots een enorme crush op een meisje uit mijn hardloopteam. Ik realiseerde me ineens dat ik meer dan vriendschap voor haar voelde, maar ik wist niet zo goed hoe ik ermee om moest gaan. Op dat moment had ik een vriendje en ik heb hem over mijn gevoelens verteld, waarop hij eigenlijk meer geïnteresseerd was in de vraag ‘of ik dan nog met hem wilde gaan’ dan of die gevoelens er wel of niet mochten zijn. Ik vertelde het hem, omdat het hem direct aanging, maar ik vond het erg stressvol! Niemand kwam uit de kast om mij heen!

MG_2502_1

Op mijn middelbare school kwamen er per jaar zo’n tien meisjes ongeveer tegelijkertijd uit de kast, en vormden gezamenlijk een dramaclubje vol met jaloerse intriges. Ik wilde daar geen deel van uitmaken. Het leek me allemaal erg onnozel en kinderachtig. Dus ik ben na de middelbare school pas langzaamaan voor de wereld uit de kast gekomen. Voor de nieuwe mensen die ik ontmoette zou het dan onderdeel van mijn identiteit zijn vanaf het moment dat ze me kenden. Toen ik mijn broertje vertelde dat ik ook op meisjes val, zei hij: “eh, waarom vertel je me dit? Is het zo’n ding dan?I don’t care who you date! Gross!” (Hij was vijftien op dat moment.)Na mijn eerste jaar universiteit kwam ik ’s zomers thuis en kwam ik uit de kast voor mijn moeder. Ik was doodsbenauwd. Mijn moeder is heel open, maar van biseksualiteit dacht ze dat het niet bestond. Ze zag het als een manier om aandacht te vragen: andere meisjes zoenen om jongens mee te lokken. Ze reageerde overigens goed en vroeg of ik het ook al aan m’n vader had verteld. Ik antwoordde van niet en ze zei: “vertel het hem maar als hij er ruimte voor heeft”. Maar een goed moment vinden mislukte faliekant. Toen ik terugging naar de universiteit, zei ik hem vlak voordat ik door de douane op het vliegveld ging dat ik met een meisje datete. Hij zei: “waarom heb je dat niet eerder verteld?” “Mum zei dat je tijd nodig zou hebben om eraan te wennen”, zei ik. Hij: “je moeder is een idioot.”

Tijdens Engels (op de universiteit) moesten we op een gegeven moment een persoonlijk verhaal een politieke draai geven. Ik schreef over mijn geaardheid en had over het stuk een gesprek met de docent die zei: “weet je, je ziet er niet gay uit, je kunt prima voor hetero doorgaan, dus waarom doe je dat dan niet?” Na dit gesprek kwam ik drie dagen lang mijn appartement niet uit, zo ondersteboven was ik ervan. Na drie dagen belde een vriendin en zei: “ze maakt je te schande omdat je bi bent. Jij voelt je daar rot over. Nou en? Kom NU je appartement uit!”

In New York – waar ik nu woon – zijn de lesbiennes écht snotty! Ik heb er een theorie over: de ‘gold stars’ zijn ontzettend trots op het feit dat ze alleen maar met meisjes zijn geweest. Het is het hoogst haalbare voor hen en meisjes die wél iets met jongens doen worden met argusogen bekeken. De angst die onder de oppervlakte schuilt is volgens mij dat een biseksueel meisje in een relatie met een ander meisje uiteindelijk altijd diegene zal verlaten voor een man.. as if!

Met een van mijn beste vrienden (“the straightest woman I’ve ever met”) ging ik in New York voor het eerst naar een guerilla-gaybarfeestje. Ik had een advertentie gezien op Facebook en vond dat het tijd was. Ik voelde me voor het eerst niet bezorgd over het benaderen van meisjes; dat ik ze ermee zou overrompelen of zelfs zou laten schrikken als ik interesse zou tonen. Ik zag een heel leuk meisje, en zij is nu mijn vriendin!

Sinds ik uit de kast ben voelt alles beter. De reacties zijn voor het overgrote deel positief. En dat terwijl Amerikanen heel gesloten kunnen zijn als het om seksualiteit gaat! Wat ik grappig vind aan het uit de kast komen als biseksueel is dat ineens iedereen op me afkomt en me van alles gaat vertellen over al hun kleine niet-hetero deeltjes in zichzelf. Kom op jongens, seksualiteit is een spectrum!

Wil je ook in de Zo! jouw coming out-verhaal delen? Stuur dan een mailtje naar redactie@expreszo.nl en wie weet sta jij binnenkort wel op de site. (Vind je het prettiger dit anoniem te doen, dan kan dat ook.) 

Why I Claim Bisexuality

ClaimBi

When I was 14, I found the word bisexual through a Google search. I did not know you could have crushes on both girls and boys. I thought at a certain age there would be a sorting hat a la Harry Potter to tell me if I landed in the “straight” house or the “gay” house. So, when I found the world bisexual, a word that encompassed my feelings, I was ecstatic.

Ten years later, I still identify as bisexual. And I’m just as ecstatic to proudly claim bisexuality. I write and speak about bisexuality while being an advocate for our community. In my advocacy, I frequently am asked why I identify as bisexual rather than pansexual, queer, or many of the other fluid identities. While I am a queer man, in the sense that I am not cis heteronormative, I most closely identify with the label bisexual.

While claiming bisexuality, I frequently encounter the misnomer that bisexuality is innately binary. Since “bi” in bisexual means two, the two is assumed to mean cisgender male and female. (It’s only because we think in such binary terms that we would attach a binary gender attraction to the bisexual label.) Yet that is not how many bisexuals define our bisexuality.

The most commonly accepted definition of bisexual comes from renowned bisexual activist Robyn Ochs. She says, “I call myself bisexual because I acknowledge that I have in myself the potential to be attracted – romantically and/or sexually – to people of more than one sex and/or gender, not necessarily at the same time, not necessarily in the same way, and not necessarily to the same degree.”

In simpler terms, I call myself bisexual because I’m attracted to genders like mine and gender that aren’t like mine. My bisexuality isn’t binary. It never was and it will never be.

In the bisexual community, bisexual organizations have begun to use a Bi+ label to encompass all the various identities that land on the bisexual spectrum. Identities like pansexual, queer, omnisexual, and fluid are important parts of the Bi+ community.

There are diverse options for labeling my sexuality. Yet I claim bisexuality.

There are many reasons I call myself bisexual. First, bisexuality makes the most sense to me. Bisexual is the label I’m most comfortable with in describing how I see myself.

I call myself bisexual because it honors our history. Too often, bisexual elders are erased from the forefront of the LGBT rights movement. When I call myself bisexual, I honor the legacy of bisexual activists like Brenda Howard. Known as the Mother of Pride, Howard co-organized the Christopher Street Liberation Day March, which gave birth to Pride parades.

Sylvia Rivera and Marsha P. Johnson were trans women of color at Stonewall. Yet they were also bisexual. Their bisexual identities are often forgotten. Others who have been at the forefront of the marriage equality movement, HIV activism, and who have marched for equality have too claimed bisexuality for themselves. It is because of their contributions to our equality that I have the space to freely claim my bisexuality today.

I call myself bisexual to be counted. Still, the majority of individuals who are attracted to more than one gender identify as bisexual. Regardless of our labels — queer, pansexual, omnisexual, or no label at all — our disparities are the same. We, as a Bi+ community, are facing a health crisis. In order for our disparities to be addressed, we must be counted in data collection.

I claim bisexuality for visibility. In calling myself bisexual, I am visible for other bisexual youth who could be Googling in search of answers about their sexuality. I want the 14-year-olds of tomorrow to know they don’t have to deny themselves.

I am out and proud as a bisexual man so that others know they too can claim bisexuality as their own.

ELIEL CRUZ is a contributor to The Advocate on bisexuality. His work has also been found in The Huffington Post, Religion News Service, Mic, Sojourners, The Washington Post, Patheos, Everyday Feminism, Details, Rolling Stone, Vice, and Slate. Follow him on Facebook and Twitter.

Chicago’s bisexual community gains visibility as UIC launches Bi-Quest

The university’s first bi-focused group seeks to create connections within and advocate for Chicago’s often overlooked bisexual community.

Chicago, IL — The title alone of a recently released article in the New York Times Magazine, “The Scientific Quest to Prove Bisexuality Exists,” raised debate and concern within the bi and wider LGBTQ communities, with many seeing the necessity to “prove” the existence of bisexuality as simply another instance of bi erasure. The University of Illinois-Chicago, on the other hand, is fighting biphobia by promoting bi visibility and community building — this semester the university (recently named one of the top 25 LGBTQ-friendly schools in the nation) launched its first official group specifically targeting the bi community and the issues it faces.

“Bi-Quest strives to empower, validate and support the bisexual and questioning/queer community,” Marcos “Marc” Flores, President and Founder of Bi-Quest, told ChicagoPride.com. “Our mission is to make sure that bisexuals feel comfortable and safe in the heterosexual AND homosexual spaces that are part of Chicago. The entire group is student led and formed.”

According to the group’s faculty sponsor, UIC did have a group of bisexual women who held several meetings about 10 years ago, but Bi-Quest is a new venture for the university and its Gender and Sexuality Center. Bi-Quest is the only group at UIC that addresses topics concerning “bisexuals, pansexuals, omnisexuals, fluid, queer, questioning, ally and curious folks.” Flores, a student of applied psychology, stresses that the group is incredibly inclusive — their members span ethnic and racial backgrounds, represent a multitude of gender expressions and several are actually straight.

Bi-Quest came to be after UIC’s Gender and Sexuality Center held a Bisexual Dinner in Boystown back in September of 2011. According to Flores, the only people at the luncheon who identified as bisexual were the faculty leader Liz Thompson and Flores himself — the other attendees were all bi allies (“or very hungry,” Flores joked).

“Liz must have seen something in me because ever since that luncheon I have been a huge bisexual advocate and organizer for the university and other university students in Chicago,” Flores said.

Bi-Quest officially launched this semester, two and a half years after that fateful luncheon. In addition to holding “bi-monthly” meetings on Wednesdays at 1 p.m. at UIC’s Gender and Sexuality Center, the group also releases a newsletter detailing discussion topics and points from previous meetings, upcoming events and community resources. Nearly all members are currently UIC students, but Bi-Quest also has about 20 online only members who receive and respond to the newsletter.

The fledgling group, which Flores said is mostly made up of UIC’s junior and senior class at this time, is still growing and defining itself. Flores brought on Daina Almario-Kopp, a senior in the undergrad Gender and Women’s Studies at UIC and Fashion Design at Columbia, to tackle the group’s public affairs. Almario-Kopp is a longtime advocate for both bi and trans rights, having spent most of her time in New York and Berlin prior to moving to Chicago in 1990, and brings with her a wealth of knowledge about advocacy and community building.

When she lived in New York, Almario-Kopp was a member of GLYNY (Gay and Lesbian Youth of New York) — was one of the country’s first Gay and Lesbian youth groups before the B(isexual) and T(ransgender) were even added — and while in Berlin, Kopp was a member of a bisexual women’s book group. After moving to Chicago, Almario-Kopp continued to participate in the bisexual community, but saw a contrast with what she’d previously encountered in the east and overseas.

“It’s odd, considering that when I lived in New York City and Berlin I never experienced biphobia there,” Almario-Kopp, Bi-Quest’s Vice President, told ChicagoPride.com. “In those cities, it was simply a non-issue – nobody cared. And that was back in the ’80s!”

Here in Chicago, bi groups and resources are a little more sporadic. Alamario-Kopp just ended her position as Research and Education Chairperson for the BQAC (Bisexual Queer Alliance Chicago), a group founded by the legendary Dr. Michael Oboza, who wrote bi-related articles for Gay Chicago when it was in print. TheCenter on Halsted hosts two bisexual events — a Bisexual Discussion Group on the first and third Tuesday of the month from 7 to 9 p.m. and a Bisexual Movie Night on the second and fourth Monday of the month, same time. Lastly, the newly reopened Gerber/Hart Library (now at 6500 N Clark) also hosts a Bi-Trans-Queer Book Discussion Group on the third Friday of the month (their next meeting, on April 18, is on “The Scientists: a Family Romance” by Marco Roth).

In comparison to the Windy City’s multitude of resources targeting the G(ay) and L(esbian) members of the LGBT acronym, those targeting the B(isexual) community are few and far between. A prime example just occurred: March was Bisexual Health Awareness Month and Bi-Quest requested someone from UIC to attend a meeting and talk about issues related to bisexual health. The university admitted that they didn’t have anything specifically targeted for bisexuals — or gays, lesbians or trans* folk for that matter.

“They are actually looking into creating something for us, which is great, but it goes to show you that a center that is designed to promote healthy student behavior is still not ready to talk about bisexual specific health,” Flores said. “Bi-Quest as a group, however, has created a new short brochure and has had discussions on bi-related health tips like ‘how to combat bi-phobia’ for this wonderful bi friendly month.”

So, why is there such a lack of resources and advocacy groups for the bi community? The question hinges on a long history of oppression faced by bisexual folks within the both the alternative gay sphere and the mainstream straight one. Both Flores and Almario-Kopp agree that a lot of stigmatization surrounds bisexuality, which has lead many bisexuals to stay in the closet, fearful to come out due to the biphobia rampant around them.

Many gay men sexualize bisexual-identified men for a perceived masculinity (supposedly derived from a desire to sleep with women) while lesbians will be wary of a bi girl who they may assume is sleeping with women either out of boredom or a desire to pique the interest of heterosexual men. Visa versa, straight men tend to sexualize bi women, while much of the straight (and, for that matter, gay) world see bisexuaity as a stopping point for men on their way to going full blown gay. These are just a taste of the harmful stereotypes that have lead to bi erasure, the problem of bi folks being ignored and assumed to be either gay or straight, and an ignorance about not only bisexuality, but sexuality itself.

“The stereotype that bisexuals are promiscuous is false because bisexuality is a feeling and does not necessarily imply action. One can feel attracted to either males or females or both — or trans folks, etc — but that does not mean that one is ‘doing’ any of these individuals,” Almario-Kopp points out, using both her mother (a straight woman who hasn’t kissed a man since the mid-80s) and her high school self (mostly celibate despite an attraction to both men and women) as examples. “Sexuality isn’t black and white, it is a spectrum, as has been demonstrated since Kinsey’s research, through the Klein Sexual Orientation Grid, and other researchers.”

One of the things Flores emphasizes in Bi-Quest is its inclusivity. Also nodding to the Kinsey’s scale (which place an individual’s sexual behavior and attraction on a scale of 0 — exclusively heterosexual — to 6 — exclusively homosexual), he points out that most folks fall within the 1-2 or 4-5 range, with very few identifying as 3’s (bisexuals equally attracted to men and women). A lot of the time 1’s and 5’s and even 2’s and 4’s identify as either gay or straight, meaning that a lot of potentially bi folk get lost in the shuffle and few remain to speak up for the rest.

“We end up ‘losing’ people who don’t identify as bisexual because although they may have some bisexual behavior, they are predominantly gay or straight,” Flores explained. “This is also why Bi-Quest added the QU(estioning) or QU(eer) part of our name — we wanted to incorporate those people who may be bisexual in nature but do not want to take up that label. If they do take it eventually that is up to them but that is a decision they have to make on their own, we are only here to help them on their QUEST to that decision.”

Another problem of bi visibility stems from the fact that bisexuality simply isn’t that easy to identify. This leads the general public to assume and impose labels on bi folks without their approval. For example, Almario-Kopp is married with a daughter, so often presumed to be straight by the wider world, while Flores is currently in a relationship with a man (despite usually being primarily sexually attracted to men while more emotionally attracted to women) and is often assumed to be gay when the two are seen out together. As the years pass, however, this seems to be changing.

“Increasingly, it seems to be the older generation who still holds on to a black and white, polarized view of sexual orientation.,” Almario-Kopp said. “The younger generation — in their teens and 20s –seem to be avoiding labels and being more accepting of bisexuals.”

Fueled by the voices of this younger generation, Bi-Quest seeks to not only raise discussion and awareness of bisexuality, but to reach out and advocate as well. At the moment, the group has two definite upcoming events. In mid to late May they are holding a bisexual beach event for all Bi-Quest members and allies. Bi-Quest is also collaborating with the Pride group at UIC who hosts the Mass-Queer-Raid, a masquerade ball that takes place after the university’s “lavender graduation” on May 2. The Lav Grad, as it is known, is a special graduation ceremony for LGBTQA students and staff — 2014 will be its eighth year.

“I have found that Bi-Quest is similar to other LGBT groups in that we share the same passion and commitment to empower people and help them develop into better human beings,” Flores said. “We understand that bisexuality is only a part of your identity and that it should be nourished and understood like the rest of what makes you unique.”

“What I think sets us apart is that we like to make brochures and share information with people and organizations,” he continued. “In many cases we are asked to supply this information and ideas for other groups and clubs hosting events. For example, we were asked to be a part of a ‘Safe Zone’ video that would be shared to teach others about how to be a bisexual ally. Advocacy is a big part of our organization.”

Bi-Quest is still building an internet presence, but should be included on UIC’s site for the Gender and Sexuality Center after its upcoming revamping (http://gopride.com/Za42).

Until then, anyone seeking more information about Bi-Quest or wanting to join the group can contact Marc Flores directly at jeanmarc1989@live.com.

(Bron: http://chicago.gopride.com/news/article.cfm/articleid/55205776)