To bi or not to bi?

Sanne-Monseigneur-Madhatter.jpg.488x305_q85_box-1229,0,4984,2347_crop_detail

‘Bi’s zouden van twee walletjes eten, maar volgens mij vallen ze eerder tussen wal en schip’

‘Ben jij bi of lesbisch?’ Ik: ‘Ik weet het niet, maar in ieder geval bi denk ik zo.’ De ander: ‘Gatverdamme, ik ga echt niet met bi’s om. Bi’s weten niet wat ze willen. Ze durven nooit echt voor een vrouw te kiezen en zodra het serieus wordt rennen ze weer terug naar een man.’ Ik: ‘Vind je dat echt? De ander: ‘Ja, alle bi’s zijn zo. Ze zijn niet te vertrouwen. Als jij bi bent ga ik niet met je om hoor!’

Op mijn 27ste kwam ik uit de kast, hoewel ik tot dan toe nooit het idee had er überhaupt in te zitten. Niet in een nachtkastje, laat staan in een kledingkast. Ik werd stapelverliefd op een meisje van mijn studie en kreeg een relatie met haar. Vóór deze hemelse verliefdheid had ik enkel avonturen met jongens beleefd. Van kortstondige avonturen tot avonturen die na vier jaar eindigden in het gemoedelijke, doch saaie bankhangen met een Snuggy aan (wie kent ‘m nog; het fleece habijt met klittenband rugsluiting).

Nog nooit had ik zo’n sterke seksuele aantrekkingskracht gevoeld als bij haar. Echter, wanneer ik naar mijn eigen statistieken keek, kenden de mannen in mijn lust- en liefdesleven een grote voorsprong op de vrouwen. Oftewel 1,5 tegen… laten we zeggen een veelvoud daarvan, waardoor het voor mij enkel logisch was om mezelf als biseksueel te zien.

‘Ten opzichte van de andere letters in de LHBTQ-lettersoep krijgt de B te maken met veel obstakels’

Mijn vriendin woonde in een lesbisch huis. Een les-bisch huis! Hoewel de liefde zegevierde, merkte ik nog niet geheel te zijn geland in mijn nieuwe seksuele identiteit. De flinke en vooral abrupte verbouwing die binnenskamers had plaatsgevonden en het nieuwe roze behangetje dat was geplakt, waren op zijn zachtst gezegd ‘effe wennen’. De hierboven beschreven conversatie was destijds een totale shock voor mij. Vooral omdat het een van dé lesbische huisgenoten was die zo uitsluitend reageerde. Zij zat toch in mijn team? Of ik op zijn minst in het hare?

Afgelopen zaterdag moest ik ineens weer aan dit gesprek denken toen ik samen met mijn collega een workshop gaf over biseksualiteit op de werkvloer, in het kader van EuroPride. De deelnemers – allemaal biseksueel – vertelden over de vele obstakels waar de letter B mee te maken krijgt ten opzichte van de andere letters in de LHBTQ-lettersoep, en deze zijn niet voor de poes. Zowel ten opzichte van hun heterocollega’s op de werkvloer als wel hun homo- en lesbocollega’s, moeten bi’s hun seksualiteit sterk verdedigen. Ze zouden van twee walletjes eten, terwijl ze volgens mij veel eerder tussen wal en schip vallen, het gevoel hebben nergens bij te horen.

Nu – als iemand het vraagt – noem ik mijzelf meestal lesbisch. Blijkbaar is het erin geslopen, vind ik het gemakkelijker, geaccepteerder en vergt het minder uitleg dan wanneer ik mezelf bi noem. Echter heb ik de mannen niet geheel afgezworen en vraag ik mij beschamend af of ik misschien opnieuw de kast uit moet komen, al is het maar een nachtkastje. To bi or not to bi? That’s the question.

Sanne Pols is gespreksleider en trainer en bovenal mede-eigenaar vanIncInc, waarmee ze de werkvloer een stukje diverser en inclusiever probeert te maken. Voorheen won ze – als projectuitvoerder – de LHBT-innovatieprijs en was ze een van de oprichters van L’HBTQ magazine.

(Bron: gay.nl)

Advertenties

Tags: , , , , , , , , ,

%d bloggers liken dit: